De enige mees die in hoofdzaak blauw en geel is, is de pimpelmees. Let op zijn helblauwe petje. Zijn liedje is een helder, hoog trillend riedeltje. De pimpelmees is een echte acrobaat. Vaak hangt hij ondersteboven aan twijgjes als hij voedsel zoekt. Door zijn kleine formaat en geringe gewicht komt hij waar andere vogels niet kunnen komen.
Het is een slimmerd die soortgenoten nadoet. Een pimpelmees ontdekte dat de capsule van melkflessen makkelijk door te prikken is. Hij deed zich te goed aan de romige melk en in korte tijd hadden veel pimpelmezen dit gedrag gekopieerd, tot grote ergernis van de melkboer.
Hij is een graag geziene gast in nestkasten met een invliegopening van 28 mm. Dat weert de grotere koolmees die 32mm nodig heeft. In de winter schuilen pimpelmezen in de nestkasten die in de lente kraamkamers worden.
Pimpelmezen staan bekend om hun grote legsels. Een vrouwtje legt 7 tot 14 (soms zelfs meer) eieren, soms wel drie keer in één seizoen. Zo zijn er altijd jongen die overleven.
Het uitbroeden duurt ongeveer twee weken en wordt voornamelijk door het vrouwtje gedaan, terwijl het mannetje haar voedsel brengt. Beide ouders voeren daarna de jongen en dat is een aardige klus. In een heel broedseizoen brengt het paartje wel 10.000 rupsen naar de hongerige jongen. En ondertussen eten ze zelf natuurlijk ook, voornamelijk insecten, spinnen en larven. (Daarom zijn biodiverse tuinen zo belangrijk.)
Pimpelmezen zijn standvogels, ze trekken niet weg. In najaar en winter vormen ze groepjes met andere mezen. Er komen ook soortgenoten uit andere streken op bezoek, soms als een echte invasie.
Door Johan Slee