Bangi, koti, timbal en skratjie: deze zomer klonk er ongekend veel Surinaams ritme in Speeltuin Het Westen. Jennifer Rozenstein-Simson (53) organiseerde er, dankzij een bijdrage van Stichting Opzoomer Mee, muzieklessen voor kinderen en jongeren uit heel Delfshaven. Voor haar is het meer dan muziek alleen. Het is een manier om de Surinaamse cultuur levend te houden en door te geven aan een nieuwe generatie.
Binnen laten de leerlingen hun ingewikkelde ritmes op de verschillende Surinaamse instrumenten samenvloeien. Vooral de bangi maakt indruk: gemaakt van een dikke plank, een dunnere multiplexplaat, daartussen twee stukken U-profiel en alles verbonden met zeven bouten, moeren en o-ringen. Eén hoek zit los. Eén van de jongeren speelt er een up-tempo ritme op met twee stukken pijp die doen denken aan CV-leidingen.
“Meestal worden deze instrumenten bespeeld door mannen”, vertelt Jennifer. Ze is dan ook blij met de twee meiden die geconcentreerd en met overtuiging hun ritmes spelen. De ene op de bangi, de andere op de skrati die de instrumentbouwer speciaal voor haar maakte. Tesfay, die samen met Quincy de muzieklessen geeft, vertelt dat Jennifer zelf erg goed is met de sek’seki: een soort schudinstrument gevuld met zaadjes, steentjes of kraaltjes. Ze doet de beweging zonder instrument voor. "Voor alle moodswings waar je in zit, is er muziek", zegt Jennifer. "Je kunt altijd bij muziek terecht.”
Ook dans is belangrijk in Jennifers werk. Elke vrijdag geeft ze dansles aan kinderen en volwassenen in Post West in Spangen: de dans van de marrons. Die dans is ontstaan bij tot slaaf gemaakten die wisten te ontsnappen en zich diep in het binnenland, in het bos, verscholen hielden. In hun gemeenschappen bleef dansen een belangrijke manier om tradities levend te houden en verhalen door te geven.
Naast muziek en dans organiseert Jennifer ook bijeenkomsten over Surinaamse rouw, lezingen over sikkelcelziekte, en meer. Haar werk gaat over samenkomen, herinneren en ervaren wat het betekent om mens te zijn in een multiculturele context.
Drie jaar geleden richtte Jennifer haar eigen stichting op: Wi na wan pipel. Dat betekent ‘wij zijn één’ in het Sranantongo, de taal van Suriname. Deze zin betekent veel voor Jennifer, die zelf uit Suriname komt. “We leven in een multiculturele samenleving. Ik heb veel gemixte kinderen in mijn dansgroep. Ik maak geen onderscheid tussen rassen of achtergronden, iedereen is bij mij welkom. We zijn samen één.”
Met haar stichting wil ze zoveel mogelijk aan cultuuroverdracht doen. “Het is belangrijk dat onze cultuur blijft bestaan en dat we aan andere mensen laten zien hoe mooi onze cultuur is. Zo kunnen mensen de cultuur ook weer doorgeven aan hun eigen kinderen.”
In het najaar hoopt Jennifer opnieuw muzieklessen te kunnen verzorgen in Mathenesse.
Tekst: Carla Belksma en Sylvana Robbers
Fotografie: Carla Belksma