Een augmented-reality app zal misschien niet het eerste zijn waar je aan denkt als je het hebt over het vergroten van biodiversiteit in de wijk. De onderzoekers van het project 'De Wijk als Biotoop' onderzoeken hoe je met behulp van techniek de stedelijke mens meer in aanraking brengt met de natuur. Over Mathenesse liep mee met onderzoekers, bezoekers en partners van het project. Een wandeling door onze stadse natuur.
Een heldere februarizon doet alsof het al lente is, terwijl de vrieskou in mijn handen mij een ander verhaal vertelt. Ik kom aan bij het gemeentekantoor op het Pinasplein dat bijna uit z’n voegen barst door een groep van ongeveer 25 geïnteresseerde mensen en partners van het project. Uit een kleine megafoon kraakt het startschot voor de wandeling. Vandaag presenteren de onderzoekers van De Wijk als Biotoop de eerste bevindingen die zij hebben opgedaan in de wijk.
Bij het bruggetje over de Hoekersingel worden de eerste augmented reality-beelden getoond. Bij augmented reality gebruikt je telefoon de omgeving die je ziet door de camera, en zet daar een digitaal beeld overheen. Je kan het vergelijken met een soort interactieve kijkdoos waar je zelf middenin staat.
Met behulp van een app kan ik om me heen kijken en verschillende interactieve icoontjes in de omgeving aanklikken. Een mannenstem vertelt me iets over de lokale kikkerpopulatie en wat dat kan zeggen over de gezondheid van de omringende natuur. “De app staat nog in zijn kinderschoenen, maar het laat wel goed zien hoe we mensen met behulp van techniek meer willen verbinden met hun lokale natuur,” zegt Anja Overdiek, lector Cybersocial Design bij de Hogeschool Rotterdam en een van de organisatoren van de wandeling.
Iedere stop heeft zijn eigen thema. Zo neemt Thijs Ewalts van Bioto de megafoon over bij OBS Mathenesse om uitvoerig over de tuin en de ‘plantenluisteraar’ daar te vertellen. Van buitenaf ziet het apparaat eruit als een soort witte tuinlamp met ronde kap, maar aan de binnenkant zit het vol met sensoren die de omgeving van planten scant. Met een QR-code kunnen we alle gegevens die zijn verzameld inzien. “Deze hele tuin is aangelegd aan de hand van data en de wensen van kinderen hier op school,” zegt Thijs. “Ook houden we rekening met de behoeften van lokale dieren, door schuil- en voedselplekken te maken.” De gegevens die de plantenluisteraar oplevert, helpen de school en Bioto om bij te houden wat de tuin precies nodig heeft.
Naast vernuftige gadgets als de plantenluisteraar en geavanceerde augmented reality- techniek, wordt er ook aandacht geschonken aan de menselijke kant van contact met de natuur. “Wie heeft zijn eigen ritueel om met de natuur in verbinding te komen?” vraagt onderzoeker Nino Basilashvili. Meer mensen voegen zich aan de nee-kant dan de ja-kant van de in het zand getrokken lijn. Marjolein is een medewerker bij de voedseltuin in M4H en vertelt wat haar persoonlijke ritueel is: “Aan het begin van de lente plant ik een zaadje met een specifiek doel, zodat dat mee groeit. Dat vind ik een mooie gedachte. Deze lente wil ik er een planten met de intentie om zoveel mogelijk mensen te bereiken voor vergroening.”
Na de wandeling is er een mini-symposium in stadsboerderij de Bokkesprong. Met een warme kop thee krijg ik het gevoel in mijn vingers weer terug.
Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat er nog geen verdienmodel is voor technologie op het gebied van biodiversiteit. Anja Overdiek: ‘De ontwikkelkosten zijn erg hoog en de markt is er (nog) niet. Daardoor is het op dit moment erg duur om de technologie aan te schaffen die bewoners kan ondersteunen. Als 60% van de stedelijke ruimte privé is en ook bewoners aan de slag moeten met biodiversiteit, dan is het noodzakelijk dat overheden meedenken aan financiering hiervoor.’
De onderzoekers willen de komende jaren verder uitwerken wat er voor nodig is om betaalbare en toegankelijke technologie te ontwikkelen. Als er partijen zijn die hierover mee willen denken, horen ze dat graag via een email aan n.leenstra@hr.nl, het adres van Natascha Leenstra, projectmanager en communicatieadviseur van het project.
Willy Bakker woont in Oud-Mathenesse en kijkt terug op een geslaagde dag. “Voedend, zo zou ik het willen omschrijven. Het doet mij goed om te weten dat er meer mensen zijn die evenveel om de natuur geven als ik.” De huidige staat van de natuur in onze wijk vindt zij ronduit slecht. “Er is in de afgelopen jaren veel natuur verdwenen en het enige wat er voor terug kwam, zijn monogame plantgebieden, zonder diversiteit.” Ze hoopt dan ook dat de Groene Hub die er komt gaat fungeren als doorgeefluik voor kennis van de buurttuinmedewerkers. “Persoonlijk hoop ik vooral dat deze boodschap nu eens aankomt bij de gemeente: plant meer diverse planten in de gemeentelijke perken. Dat trekt weer andere planten en dieren aan. De monocultuur van nu is net een soort groene woestijn. Andere planten, insecten en dieren hebben daar niks te zoeken, dus blijven ze weg.”
Door Tom Damen