Zonder het te weten wandelen wij dagelijks dwars door de geschiedenis van onze wijk heen. Maar als je weet waar je moet kijken is dit niet alleen te vinden in boeken, het is tastbaar in de straten zelf. Zo kun je tot op de dag van vandaag onze historie terugvinden in de straatnamen en indeling van onze buurt.
De geschiedenis van de wijk gaat terug tot de elfde eeuw. Destijds behoorde de polder Oud-Mathenesse samen met het buitendijkse land, de polder Nieuw-Mathenesse, tot Schiedam. Het was pas in de vroege twintigste eeuw dat Rotterdam begon met de aankoop van stukken land om de stad uit te breiden. Stukje bij beetje kocht Rotterdam hiervoor een (groot) deel van de polders Oud- en Nieuw-Mathenesse van de gemeente Schiedam. Tot 1 januari 1868 was Oud- en Nieuw-Mathenesse nog een zelfstandige gemeente geweest, die daarna deel werd van Schiedam. Tegenwoordig vormt de Hogenbanweg de grens tussen Rotterdam en Schiedam. De wijk heeft altijd een bijzondere tweedeling gekend: sommige bewoners voelen zich meer verbonden met Schiedam, anderen met Rotterdam.
De groei van de Landenbuurt
De Landenbuurt, waar Elly Visser-Smit, oud-bewoonster en schrijfster van de boeken Oud Mathenesse (De Put) en De Put, als kind woonde, ontstond tussen 1936 en 1951. Eerst werden woningen gebouwd rondom de Rijksseruminrichting (RSI). Dat was een overheidsinstelling die serums en vaccins produceerde ter bestrijding van infectieziekten. De RSI werd in 1959 opgeheven na een fusie met het Staatsveeartsenijkundig Onderzoeksinstituut. Het complex werd omgevormd tot het Centraal Diergeneeskundig Instituut, dat in 1982 naar Lelystad verhuisde.
Het oude hoofdgebouw is nu de Professor Poelsflat, de bijgebouwen maakten plaats voor het Serumpark. Van daaruit werd de wijk verder gebouwd richting de Franselaan, die Oud-Mathenesse met de Landen- en Schepenbuurt verbond. De huizen waren modern voor die tijd, maar luxe was niet vanzelfsprekend.
“In veel woningen ontbrak een douche. Badderen deed men met een teiltje op het aanrecht”, aldus Elly. Volgens een artikel uit het Rotterdamsch Nieuwsblad uit 1936 moesten de straatnamen in de Landenbuurt zeevarende volkeren eren. De Zweedsestraat heette tussen 1936 en 1945 Duitschestraat, maar die naam werd in 1945 om voor de hand liggende redenen veranderd.
Een nieuwe wijk: de Schepenbuurt
In 1948 begon de bouw van de Schepenbuurt, een nieuwe wijk met zo’n duizend woningen. Dit waren andere huizen dan in de Landenbuurt, grote blokken van drie of vier woonlagen met portiekflats en daartussen gemeenschappelijke tuinen, maar wel met meer comfort: een boiler, een lavet en een moderne keuken. De straatnamen, die oude scheepstypen in herinnering brengen, borduurden voort op die van het Witte Dorp.
Een veranderende samenleving
In de loop der jaren veranderde het gezicht van de Schepenbuurt en de Landenbuurt. Kerken en scholen verdwenen. Arbeidsmigranten vonden er hun thuis en brachten hun eigen cultuur mee. Dit bracht andersoortige winkels met producten die voor Nederlanders vaak niet kenden. Soms was er ook minder contact tussen buren door een andere taal.
Elly Visser-Smit herinnert zich de tijd waarin iedereen elkaar kende en er nog een hechte gemeenschap was. “Bij kleine buurtwinkels als de kruidenier kon je ’op de pof’ iets kopen en aan het einde van de week betalen. En toen ik mijn diploma haalde, in 1964 in Rotterdam-Zuid, belde ik de slager waar wij tegenover woonden, zodat hij mijn moeder kon vertellen dat ik was geslaagd," zegt ze lachend.
Uitdagingen van nu
Net als na de oorlog is er nu woningnood. In de jaren ‘50 was de babyboom de boosdoener. Nu zijn het de vraag naar grotere huizen, de toename van eenpersoonshuishoudens en een groeiende bevolking die de woningmarkt onder druk zetten. Daarnaast kampt de wijk met sociale uitdagingen.
Kijken naar de toekomst
Desondanks zijn er lichtpunten volgens Jan Wielaard, Gilde Rotterdam. Stichting Gilde Rotterdam is een organisatie van vrijwilligers die sinds 1986 kennis en ervaring wil delen met bewoners en bezoekers van de stad door middel van stadswandelingen. “De gemeente werkt samen met bewoners om de wijk te verbeteren. De rijke geschiedenis en de karakteristieke huizen bieden volop potentie. De vraag blijft: hoe kunnen we de gemeenschap versterken en een nieuwe generatie trots maken op deze historische wijk?”
Mathenesse met de Landenbuurt en de Schepenbuurt blijft een bijzondere plek in Rotterdam, waar verleden en toekomst samenkomen. Het zijn buurten met verhalen die de moeite waard zijn om door te vertellen, zoals Elly Visser-Smit doet.
Dit artikel is mede gebaseerd op de boeken van Elly Visser-Smit, Oud Mathenesse (De Put) en De Put waarin ca. 100 jaar 'geschiedenis' in hoofdlijnen is vastgelegd.
Nieuwsgierig geworden naar de volledige boeken? Stuur een e-mail naar de schrijfster visser.smit@planet.nl of bel naar 0561-452281 voor meer informatie of om direct een kopie te bestellen.
Door Emma Matthee